Hoogveen aan het IJ

Vroeger lag de grond hier tien meter hoger, bijna tot aan de bovenste verdieping van het bakstenen A Lab. En de bodem bestond voor een belangrijk deel uit hoogveen. Rond 1100 werd dit gebied langzaamaan ontgonnen: er werden sloten gegraven en de turf uit de bodem werd gebruikt als brandstof. Honderden jaren voordat oliemaatschappij Shell hier kantoren opende was Noord dus al een motor van de samenleving.

Stoken wat je stoken kunt

Hoe meer turf je opgraaft en opstookt, hoe verder de bodem zakt. Daar kun je jezelf een overstroming mee op de hals halen. Niet zo prettig. Daarom bouwden we terpen, dijken en dammen. Zo hielden we het warm en droog. Tot diep in de negentiende eeuw bleef turf de favoriete energiebron. Daarna stapten we over op steenkool, gas en - daar is ie - olie. Dat kwam mooi uit, de turf was toch bijna op.

Bodemniveau voor 1100
Amsterdam, IJ met voormalig Shell gebouw en Eye filmmuseum, 2018, Wikipedia / Harm Joris ten Napel
Brandstofschaarste: Turfsteken aan de Sloterweg. Op de achtergrond het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, 1944, Stadsarchief Amsterdam
Beeld bovenaan: Turfsteken, ca. 1600, Beroepen in Noord-Holland, Claes Jansz. Visscher (II), 1608, Rijksmuseum

Gerelateerd

Amsterdam twee eeuwen ouder

Verhaal van Peter-Paul de Baar voor Ons Amsterdam
Historisch-geograaf Chris de Bont promoveerde op een proefschrift over de ontginning van het veengebied tussen de duinen en het Gooi. De Bont weet wat veen is en hoe een veenlandschap verandert als je erin gaat graven. Vanuit die optiek komt hij tot nieuwe inzichten over de oudste bewoning van Amsterdam.
Naar het verhaal

De verhalen